Melanoom

Gelukkig is de diagnose van melanoom al lange tijd geen synoniem meer met overlijden op min of meer korte termijn.

De gecombineerde voordelen van vroege opsporing, een realistische beoordeling van de laesies, een betere beheersing van de excisiemarges en de komst van nieuwe behandelingsmogelijkheden hebben de situatie aanzienlijk veranderd. Er kan nog vooruitgang worden geboekt op het gebied van voorlichting en preventie.

In België nam de totale incidentie van melanoom per 100.000 persoonsjaren tussen 2004 en 2012 gestaag toe met circa 5% per jaar en deze ligt momenteel rond de 20 voor mannen en 28 voor vrouwen (2925 gevallen gediagnosticeerd in 2014, waarvan 59% vrouwen, dat wil zeggen 290 meer dan in 2013). In dezelfde periode veranderden de sterftecijfers weinig, met een kans op een vijfjaarsoverleving van ongeveer 87% voor mannen en 93% voor vrouwen voor patiënten die tussen 2009 en 2013 werden gediagnosticeerd. 

 

Voorlichting en preventie 

Diverse onderzoeken tonen het voortbestaan van de misvattingen over melanoom aan. Twee specifieke punten moeten duidelijker worden onderstreept.

De onderschatte rol van blootstelling aan zonlicht. Wist u bijvoorbeeld dat de hoogste incidentie en de hoogste sterftecijfers in het kustgebied van België zijn te vinden? 

De daarentegen overschatte rol van naevi bij het ontstaan van melanomen. In werkelijkheid ontwikkelen 80% van de melanomen zich in een normale gezonde huid en slechts 20% binnen een reeds bestaande naevus. 

 

Veel vooruitgang 

Er werd veel vooruitgang geboekt op het gebied van screening, met aan de ene kant het aanmoedigen van zelfonderzoek en het geven van informatie over de ABCDE-regel en aan de andere kant het uitvoeren van regelmatige fotografieën van het totale lichaam voor patiënten die het meeste risico lopen, waardoor vroegtijdige opsporing van nieuwe laesies en verdachte veranderingen in reeds bestaande laesies mogelijk wordt gemaakt.

Het begrip van de natuurlijke ontwikkeling heeft ook aan de vooruitgang bijgedragen, met name de herkenning van een driedimensionale asynchrone groei van superficieel spreidend melanoom, dat de meerderheid van de diagnoses vormt. De initiële uitbreiding aan het oppervlak en ten tweede in de diepte (beoordeeld door de Breslow-index), die het begin van de uitbreiding in de subepidermale lagen onder de basale laag aangeeft, en die het invasieve karakter van de laesie en de mogelijkheid van locoregionale invasie en metastase aantoont.

Het uitvoeren van een initiële diagnostische excisie voor pathologische analyse (type van melanoom, mitotische intensiteit, dikte van de laesie), onderzoek naar ulceraties en BRAF-V600E-mutatie, waardoor de beslissing voor de mogelijkheid van aanvullende onderzoeken en behandelingen (lymfeklier ultrasonografie, thoracoabdominale CT-scan) en het beste doorsturen van de patiënten naar de verschillende opties, afgestemd op het specifieke geval van elke patiënt, eenvoudige bewaking, aanvullende excisie om aan de veiligheidsmarges te voldoen, excisie van de sentinel node, lymfadenectomie, gerichte behandelingen en/of immunotherapie met monoklonale antilichamen, mogelijk is.

Betreffende melanomen is de geïndividualiseerde geneeskunde, die ook wel bekend staat als de precisiegeneeskunde geen utopie, maar een realiteit. 

 

Literatuuropgave:
Incidentiecijfers: Belgian Cancer Registry (http://www.kankerregister.org/)