Longkanker

 

In België is longkanker ongetwijfeld dé te verslagen vijand.

  • Ons land staat helaas op nummer 1 in Europa inzake longkankers die mannen treffen, met een bruto-incidentie van ongeveer 105 per 100.000 persoonsjaren.
  • In 2013 werden 8196 nieuwe gevallen gediagnosticeerd, waarvan 70% mannen en 30% vrouwen.
  • Betreffende de frequentie bevindt longkanker zich op de tweede plaats bij mannen en op de derde plaats bij vrouwen.
  • In 2012 veroorzaakte longkanker 6306 sterfgevallen (73% mannen, 27% vrouwen).
  • Gedurende de periode 2009-2013 was de vijfjaarsoverleving ongeveer 16% bij mannen en 23% bij vrouwen. Deze slechte resultaten worden nog benadrukt door het feit dat bij mannen en vrouwen 70% van alle histologische subtypes van kanker bij diagnose reeds in lokaal gevorderde en gemetastaseerde stadia zijn (TMN III of IV).
  • Het is de belangrijkste oorzaak van overlijden door kanker bij mannen en de tweede oorzaak bij vrouwen, met een aandeel van respectievelijk 30% en 15% van alle sterfgevallen door kanker.

Hoewel uit deze eerste cijfers blijkt dat longkanker meer mannen dan vrouwen treft, is er globaal gezien een dalende trend bij mannen wat betreft incidentie en sterfte. Daarentegen wordt bij vrouwen een toename vastgesteld. Deze trends komen voort uit de veranderingen in rookgewoonten.

Niet-kleincellige longkankers vertegenwoordigen nog steeds ongeveer 75-80% van de longkankers. Geheel in lijn met het veranderde rookgedrag is het belangrijk op te merken dat bij mannen de frequentie van adenocarcinomen (kankers die minder sterk geassocieerd zijn met roken) deze van plaveiselcelcarcinoom (kanker sterk geassocieerd met roken) overschrijden.

 

De explosieve opkomst van de moleculaire biologie

De behandeling van de verschillende vormen van longkanker is vooral afhankelijk van het histologische type, de mate van uitbreiding, de agressiviteit (Karnofsky index), de conditie van de patiënt en eventuele comorbiditeit.

Radicale chirurgie zoals lobectomie of pneumonectomie met lymfadenectomie, ademhalingsfase gebonden radiotherapie (gating), conventionele chemotherapie op basis van platina en, in toenemende mate, gerichte therapie en immunotherapie zijn mogelijke opties. Dit kan elk afzonderlijk maar gebeurt vaker gelijktijdig (chemoradiatie) of opeenvolgend (adjuvante chemotherapie), volgens gevalideerde protocollen en specifieke toedieningsrichtlijnen.

 

Deze protocollen worden geleidelijk aan aangepast naarmate onze kennis uitbreidt, in het bijzonder de detectie van verschillende soorten genetische aandoeningen, groeifactormutaties (EGFR) of intracellulaire signaaltransductie (KRAS, BRAF, MEK, mTOR), ROS1-herschikking, ALK-translocatie, die een hoge kans op respons op één van de gerichte therapieën geven. Hoewel de antitumorvaccins eerder teleurstellend waren, komt de aanpak van het immuunsysteem opnieuw op de voorgrond met “immune checkpoint”-inhibitoren, die groeiende onderzoeksmogelijkheden bieden.

 

Literatuuropgave:
Incidentiecijfers: Belgian Cancer Registry (http://www.kankerregister.org/)